Wifi, routers en kabels
Soms bespreken we items in themastijl, dus met één overkoepelend onderwerp, maar ook losse problemen zullen de revue passeren. Deze keer staan problemen met modems, routers en het aanleggen van telefoon- en netwerkkabels centraal.
Upgraden naar 11nDe meeste wifimodems en -routers maken nog gebruik van 802.11b of 11g. U kunt uw draadloze netwerk eenvoudig upgraden door een 11n-router te kopen. Het signaal hiervan reikt verder en de snelheden zijn beduidend hoger (in theorie 300 MBit/s, al wordt in de praktijk meestal 50-80 Mbit/s gehaald). U kunt uw oude router vervangen door een nieuwe, maar het is ook mogelijk om simpelweg een 11n-router aan uw netwerk toe te voegen door deze te verbinden met de bestaande router. Een 11n-router heeft alleen zin als uw notebook ook over een 11n-chipset beschikt, al dan niet geïntegreerd of via een pcmcia-kaartje.
Noteer alle wachtwoorden
Wanneer zich een probleem voordoet met uw router of modem, is het erg handig om alle gegevens bij elkaar te hebben. Noteer tijdens (of na) de installatie in het kort de procedures en noteer alle wachtwoorden en relevante gegevens (waaronder die van de modem, router, en internetprovider). Zonder wachtwoorden komt u niet ver (en zult u uw apparatuur moeten resetten). Verder is het aan te raden om screenshots te maken van de instellingen van uw modem en router.
Punten om te noteren:
• Wachtwoord modem.
• Wachtwoord router.
• Inloggegevens provider.
• ADSL/kabelconfiguratie.
• IP-adres router (bijvoorbeeld 192.168.1.1)
• IP-adres modem (bijvoorbeeld 192.168.1.254)
• SSID-naam
• SSID-toegangscode
Maak screenshots van de instellingen van uw modem/router en noteer alle wachtwoorden en ip-adressen.
Router functioneert niet goed
Wanneer uw router niet meer goed functioneert, kunt u het beste met behulp van een ethernetkabel en (bij voorkeur) een notebook het contact proberen te herstellen. Met de ethernetkabel sluit u de pc rechtstreeks aan op de router, waardoor u bij de beheerpagina’s kunt komen. Deze pagina’s benadert u door het ip-adres van de router in te typen in de adresbalk van uw browser. Dit adres verschilt per merk en model – zie voor gedetailleerde informatie de handleiding.
Om toegang te krijgen moet u eerst inloggen. In het beheerscherm controleert u of alle instellingen correct zijn. Pas deze eventueel aan en probeer de verbinding te herstellen.
Bij verbindingsproblemen wil het nog wel eens helpen om uw router/modem uit en aan te schakelen. Als het echt helemaal mis is, keert u via de reset-knop terug naar de oorspronkelijke fabrieksinstellingen (let op: alle instellingen gaan dan verloren).
Extra beveiliging
Het activeren van WPA2-encryptie is het belangrijkste gedeelte van de wifi-beveiliging. Maar als u uw verbinding optimaal wilt beveiligen, zijn er nog meer mogelijkheden. Het is raadzaam om de SSID-naam te wijzigen die de router/modem uitzendt. In veel gevallen verwijst deze naam naar het type router of modem, wat het hacken ervan vereenvoudigt. In sommige gevallen is een router/modem op afstand te kraken, doordat de WPA-sleutel uit de SSID gedestilleerd kan worden (bijvoorbeeld speedtouch567483). Daarnaast is het aan te raden om de encryptiecode te wijzigen, evenals het wachtwoord van de modem/router.
Voor ultieme beveiliging kunt u het uitzenden van de SSID uitzetten. Computers die op zoek gaan naar draadloze netwerken, zien uw netwerk dan niet meer verschijnen. Alleen bestaande apparaten die reeds toegang hadden tot het netwerk kunnen dan een verbinding maken.
Samengevat:
• Kies voor de best mogelijke encryptie (in aflopende volgorde: WPA2, WPA, WEP).
• Maak een eigen encryptiecode.
• Verander de SSID-naam.
• Zet eventueel de zichtbaarheid uit.
• Wijzig wachtwoorden modem/router.
Verander de netwerknaam (SSID) en de WPA-PSK encryptiecode na de installatie. Als u niet wilt dat anderen uw draadloze netwerk zien, zorg dan het SSID-signaal niet wordt uitgezonden.
De draadloze verbinding optimaal beveiligen
Hoewel de beveiliging van wifi de laatste jaren flink is verbeterd, zijn er nog steeds huishoudens met een onbeveiligde verbinding. Zelfs als u vindt dat een eventuele inbraak op uw netwerk niet erg is omdat u niets te verbergen hebt, kunt u van een koude kermis thuiskomen. Zogenoemde wardrivers (hackers die op zoek gaan naar onbeveiligde netwerken) kunnen uw internetverbinding namelijk niet alleen gebruiken om uw netwerkverkeer (zoals e-mails) te bespieden, maar ook om illegale handelingen te verrichten. Denk aan het versturen van spam of het downloaden van kinderporno. Deze activiteiten leiden naar uw ip-adres, waardoor u aansprakelijk kunt worden gesteld. Het is daarom hoe dan aan te raden om uw verbinding goed te beveiligen.
Dat doet u door uw wifiverbinding te versleutelen via encryptie. U hebt de keuze uit verschillende methoden, waaronder het verouderde WEP, dat relatief makkelijk te kraken is. WEP staat voor Wired Equivalent Privacy en werd in 1999 geïntroduceerd. Een beter encryptiesysteem is WPA of WPA2, dat staat voor Wi-Fi Protected Access. Nieuwe modems en routers behoren WPA2 automatisch te gebruiken (in het verleden stond de beveiliging standaard uitgeschakeld). Maar controleer na de installatie of dat ook daadwerkelijk het geval is; alle apparatuur op het (draadloze) netwerk moet een sleutelcode invoeren voordat toegang verkregen kan worden. Het komt nog wel eens voor dat mensen stoppen zodra de internetverbinding werkt, maar vergeet vooral niet te controleren of deze ook beveiligd is.
Bij het installeren van een ADSL-netwerk, of het aanleggen van ethernetkabels in een woning, is het vaak noodzakelijk om zelf de stekkertjes aan de uiteinden van de kabels te monteren. Dit heeft als voordeel dat u - zonder stekkertje - veel makkelijker kabels door het huis kunt trekken, bovendien kunt u de kabels helemaal exact op lengte maken. Bij nieuwe ADSL-aansluitingen wordt standaard een set meegeleverd, inclusief een splitter en een kabeltang. Het monteren van de stekkertjes is niet moeilijk, maar vereist wel wat concentratie. Voor netwerk- en telefoonkabels worden verschillende draden, tangen en stekkertjes gebruikt (respectievelijk met acht en vier draden). Telefoondraden en toebehoren kunt u in de bouwmarkt krijgen, ethernetkabels bij de computerzaak. Platte kabels hebben de voorkeur, omdat dit het monteren makkelijker maakt. Let bij de montage vooral op de kleurvolgorde van de draden.
In dit voorbeeld voorzien we een platte telefoonkabel van een nieuwe stekker. De procedure is als volgt:
Stap 1. Maak de kabel op lengte (bijvoorbeeld tot aan het aansluitpunt), met behulp van een schaar of de tang (rechterdeel).
Stap 2. Stop het uiteinde van de kabel in het middelste deel van de tang.
Stap 3. Druk de tang in en trek tegelijkertijd de kabel uit de tang. Het omhulsel aan het uiteinde blijft achter, waardoor de draden bloot komen te liggen.
Stap 4. Schuif de draden in het stekkertje, tot ze niet meer verder kunnen. Let op de juiste kleurvolgorde voor de contactpunten (zie schema).
Stap 5. Plaats de stekker in de tang (linkerdeel). Knijp de tang met enige kracht dicht tot u een klik hoort. De draden zitten nu vastgeklemd in de stekker, dankzij koperen contactpunten die zich in de draadjes geboord hebben.
Stap 6. Doe – indien nodig - hetzelfde met het andere uiteinde en test of de kabel werkt.
Links de kleurcodes voor een telefoonkabel (RJ-11) en rechts voor een netwerkkabel (RJ-45)
Links een telefoonconnector (RJ14) en rechts een ethernetconnector (RJ45). Beide stekkertjes zijn via een tang aan de kabel aangesloten.
Twee tangen om stekkertjes mee te plaatsen. De witte komt uit het ADSL-pakket en is bedoeld voor telefoondraden, de zwarte is een meer professionele versie, maar dan bestemd voor ethernetkabels.


















Reeds geplaatste reacties
Welke kleurcodering te gebruiken bij het aansluiten van een RJ45 (ethernet) connector ligt minder simpel dan verteld wordt. Er zijn twee standaard kleurencoderingen: 568A en 568B. De gegeven kleurcodering is die van 568B, welke inderdaad heel veel gebruikt wordt. Niettemin wordt internationaal aanbevolen om voor een nieuw netwerk die van 568A te gebruiken (van links naar rechts):
1. Groen-wit
2. Groen
3. Oranje-wit
4. Blauw
5. Blauw-wit
6. Oranje
7. Bruin-wit
8. Bruin
Als je zelf aan beide uiteinden de connectors plaatst is het meest belangrijke dat je aan beide uiteinden dezelfde kleurencodering aanhoudt. Je krijgt dan een kabel die 'recht' (straight) doorverbonden is: de pennen aan het ene uiteinde zijn verbonden met dezelfde pennen aan het andere uiteinde. Er zijn ook 'cross' kabels maar die zijn niet meer nodig omdat alle moderne apparatuur zich automatisch aanpast aan het type kabel (straight/cross). Verstandig is om je bij een nieuw netwerk te houden aan 568A (de aanbevolen norm). Bij een bestaand netwerk kan je je het beste houden aan de daar al gebruikte standaard.
Als de kabel aan één uiteinde al een connector heeft en je zelf een connector aan de andere kant gaat monteren, dan MOET je de kleurencodering van de al gemonteerde connector gebruiken (gebruik evt. een loep). Dat zal dus vaak 568A of 568B zijn, maar dat hoeft beslist niet!
Gebruik je aan het ene uiteinde 568A en aan het andere uiteinde 568B dan krijgt je de hierboven genoemde 'cross' kabel. De pennen van de connectoren zijn dan als volgt verbonden: pin 1 aan pin 3, 2-6, 3-1, 4-4, 5-5, 6-2, 7-7, 8-8.
Zie verder:
http://en.wikipedia.org/wiki/TIA/EIA-568-A
http://www.ablecables.com.au/568avb.htm
http://www.dragon-it.co.uk/files/cat5_colour_codes.htm